Blog
Montessori onder de loep: wat zegt de wetenschap?
Montessori is voor veel ouders een herkenbaar begrip. We denken aan een rustige en overzichtelijke omgeving, materialen die kinderen zelf kunnen pakken en activiteiten waarmee zij zelfstandig leren. Maar werkt de Montessori-methode ook echt? En ontwikkelen kinderen binnen het Montessori-onderwijs zich anders dan kinderen op een reguliere school?
Wetenschappelijk onderzoek geeft daar geen eenvoudig ja-of-nee-antwoord op. De resultaten zijn overwegend positief, maar niet ieder onderzoek vindt dezelfde voordelen. Bovendien maakt het veel uit hoe de Montessori-methode wordt toegepast. Tijd om de belangrijkste onderzoeken op een begrijpelijke manier op een rij te zetten.
Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over Montessori?
Montessori is meer dan spelen met houten materialen of kinderen zoveel mogelijk zelf laten doen. Het is een complete onderwijsbenadering. Kinderen krijgen binnen duidelijke grenzen keuzevrijheid, werken veel met hun handen en mogen activiteiten herhalen. De leeromgeving is overzichtelijk ingericht en materialen hebben een vaste plek.
De begeleider observeert, laat zien hoe een activiteit werkt en helpt wanneer dat nodig is. Tegelijk krijgt het kind voldoende tijd en ruimte om zelf te oefenen. Onderzoekers kijken daarom niet alleen naar taal en rekenen. Ze onderzoeken ook motivatie, aandacht, sociale vaardigheden en zogenoemde executieve functies. Dat zijn vaardigheden die kinderen gebruiken om zich te concentreren, impulsen te beheersen, informatie te onthouden en een taak stap voor stap uit te voeren.
De bekende studie van Lillard en Else-Quest
Een van de bekendste onderzoeken is Evaluating Montessori Education van Angeline Lillard en Nicole Else-Quest, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science in 2006.
De onderzoekers vergeleken vijf- en twaalfjarige kinderen op een Montessorischool met kinderen die aan dezelfde toelatingsloting hadden meegedaan, maar geen plaats hadden gekregen. Door deze opzet was de kans kleiner dat eventuele verschillen vooral werden veroorzaakt door bijvoorbeeld het inkomen, de betrokkenheid of de onderwijsvoorkeuren van de ouders.
De vijfjarige Montessori-kinderen presteerden gemiddeld beter op verschillende taal- en rekenvaardigheden. Ook scoorden zij beter op bepaalde executieve functies en vormen van sociaal inzicht. Tijdens observaties op het schoolplein lieten zij bovendien vaker positief samenspel zien.
Bij de twaalfjarigen waren op minder gebieden duidelijke verschillen zichtbaar. Zij schreven onder andere creatievere en complexere verhalen en rapporteerden een sterker gevoel van verbondenheid met hun schoolgemeenschap. Niet op iedere test werd een verschil gevonden.
De studie bewees dus niet dat Montessori-kinderen overal beter in zijn, maar liet wel zien dat zorgvuldig uitgevoerd Montessori-onderwijs bepaalde cognitieve en sociale vaardigheden kan ondersteunen.
Meer intrinsieke motivatie en aandacht
Een ander belangrijk onderzoek is dat van Rathunde en Csikszentmihalyi uit 2005. Zij onderzochten de motivatie en dagelijkse ervaringen van ongeveer 290 leerlingen op Montessori- en traditionele middelbare scholen.
De leerlingen kregen gedurende de dag op verschillende momenten vragen over wat zij deden en hoe zij zich daarbij voelden. Montessori-leerlingen gaven tijdens schoolse activiteiten vaker aan dat zij vanuit hun eigen interesse en motivatie aan een taak werkten. Dat betekent dat zij een taak vaker uitvoerden omdat ze deze interessant of waardevol vonden, en niet alleen vanwege een cijfer, compliment of beloning.
Ook voelden zij zich vaker sterk betrokken bij hun werk, hadden zij meer energie en konden zij hun aandacht beter bij de taak houden. De onderzoekers gebruikten hiervoor onder andere het begrip ‘flow’: een toestand waarin iemand zo opgaat in een activiteit dat de aandacht bijna volledig bij die taak ligt.
Dit betekent natuurlijk niet dat ieder kind binnen Montessori zich altijd goed kan concentreren. Het onderzoek wijst er wel op dat keuzevrijheid, betekenisvolle activiteiten en langere werkperiodes zonder voortdurende onderbrekingen de motivatie en betrokkenheid kunnen ondersteunen.
Wat laten recente overzichtsstudies zien?
Eén onderzoek kan toevallig een opvallend positieve of negatieve uitkomst hebben. Daarom zijn zogenoemde meta-analyses waardevol. Daarbij worden de resultaten van meerdere onderzoeken samengevoegd om te bekijken welk algemeen beeld daaruit ontstaat.
In 2023 bekeken Randolph en zijn collega’s de resultaten van veel verschillende onderzoeken naar Montessori-onderwijs. Van de ruim 2.000 onderzoeken kozen zij de 32 meest bruikbare studies uit.
Daaruit bleek dat Montessori-onderwijs gemiddeld een positief effect kan hebben op zowel schoolse vaardigheden als de persoonlijke en sociale ontwikkeling van kinderen. Denk bijvoorbeeld aan taal, rekenen, motivatie en samenwerken. De verschillen waren meestal niet heel groot, maar wel positief. Vooral bij peuters, kleuters en kinderen op de basisschool waren de voordelen zichtbaar.
Ook Demangeon en collega’s brachten in 2023 meerdere onderzoeken samen. Zij bekeken 33 studies uit onder andere Noord-Amerika, Azië en Europa.
Ook daaruit kwamen positieve resultaten naar voren. Montessori-kinderen scoorden gemiddeld beter op verschillende gebieden, zoals denken, leren, creativiteit, bewegen en sociale vaardigheden. De uitkomsten verschilden wel per school en per onderzoek. Dat betekent dat niet alleen de Montessori-methode zelf belangrijk is, maar ook hoe goed een school of begeleider ermee werkt.
Nieuw onderzoek naar Montessori
In 2025 verscheen een groot Amerikaans onderzoek naar Montessori-onderwijs. De onderzoekers volgden 588 kinderen die via een loting wel of geen plek aangeboden kregen op een van de 24 Montessorischolen.
Aan het einde van de kleuterperiode scoorden de kinderen met een Montessori-plek gemiddeld beter op lezen, het onthouden van informatie, aandacht en sociaal begrip. Niet op ieder gebied werden duidelijke verschillen gevonden. Het onderzoek laat dus niet zien dat Montessori voor alles beter werkt, maar geeft wel extra aanwijzingen dat de methode bepaalde cognitieve en sociale vaardigheden kan ondersteunen.
Ook een Franse onderzoeksgroep publiceerde in 2025 de resultaten van een onderzoek dat meerdere jaren duurde. Daarbij bleek dat een eerder voordeel op leesvaardigheid na een aantal jaar niet meer zichtbaar was. De Montessori-kinderen scoorden later wel beter op het oplossen van rekenproblemen.
Dit laat zien dat de ontwikkeling van kinderen niet altijd in een rechte lijn verloopt. Sommige voordelen worden na verloop van tijd kleiner, terwijl andere effecten juist pas later zichtbaar worden.
Waarom zou Montessori kunnen werken?
Onderzoekers kunnen niet één onderdeel aanwijzen dat alle positieve resultaten verklaart. Waarschijnlijk zit de kracht van Montessori in de combinatie van verschillende principes.
Kinderen krijgen keuzevrijheid, maar wel binnen duidelijke en veilige grenzen. Ze kunnen activiteiten kiezen die aansluiten bij hun leeftijd en ontwikkeling. Ook krijgen zij de tijd om een taak meerdere keren te herhalen, zonder steeds te worden onderbroken.
Daarnaast leren kinderen binnen Montessori veel door zelf te doen. Activiteiten zoals schenken, opruimen, aankleden, koken en materialen verplaatsen lijken eenvoudig, maar vragen om aandacht, planning, motoriek en doorzettingsvermogen.
Veel Montessori-materialen zijn zo ontworpen dat kinderen zelf kunnen ontdekken of iets goed gaat. Hierdoor hoeven volwassenen niet iedere fout direct te verbeteren. Een kind krijgt de ruimte om opnieuw te proberen en zelf tot een oplossing te komen.
Een belangrijke kanttekening
Niet iedere school of activiteit met het woord Montessori werkt op dezelfde manier. De naam wordt breed gebruikt en de uitvoering kan sterk verschillen.
De kwaliteit van de begeleiding speelt bijvoorbeeld een grote rol. Ook de inrichting van de omgeving, de beschikbare materialen en de hoeveelheid rust en tijd die kinderen krijgen, kunnen invloed hebben op de resultaten.
Daarnaast zijn veel onderzoeken uitgevoerd in de Verenigde Staten. Het onderwijs en de leefomgeving van kinderen kunnen daar anders zijn dan in Nederland. Positieve onderzoeksresultaten betekenen daarom niet automatisch dat Montessori voor ieder kind en in iedere situatie de beste keuze is.
De meeste onderzoeken gaan bovendien over kinderen die langere tijd volledig Montessori-onderwijs volgen. Daaruit kun je niet concluderen dat één Montessori-geïnspireerd product op zichzelf voor betere schoolprestaties zorgt.
Wat kun je als ouder meenemen?
Je hoeft thuis geen volledig Montessori-klaslokaal na te maken. Veel van de belangrijkste principes zijn juist eenvoudig toe te passen. Zorg bijvoorbeeld voor een overzichtelijke omgeving waarin je kind zelf materialen kan pakken. Geef een kleine keuze uit passende activiteiten en laat je kind zoveel mogelijk zelf proberen. Dat kan tijdens het spelen, maar ook bij dagelijkse bezigheden. Denk aan zelf een boek pakken, speelgoed opruimen, fruit wassen, kleding aantrekken of helpen met het dekken van de tafel.
Blijf als volwassene in de buurt voor hulp en veiligheid, maar probeer een taak niet te snel over te nemen. Het hoeft ook niet meteen perfect te gaan. Juist door te oefenen, fouten te maken en opnieuw te beginnen, ontwikkelt een kind zelfstandigheid en vertrouwen in het eigen kunnen.
Conclusie
Wetenschappelijk onderzoek geeft steeds meer steun aan verschillende onderdelen van Montessori. Vooral bij jonge kinderen worden positieve effecten gevonden op taal, rekenen, motivatie, executieve functies en sociaal begrip.
De gemiddelde effecten zijn meestal niet enorm, maar wel relevant. Tegelijk is Montessori geen garantie voor succes. De kwaliteit van de omgeving en begeleiding én de manier waarop de methode wordt toegepast, maken veel verschil.
De belangrijkste boodschap is daarom misschien niet dat ieder kind Montessori-onderwijs nodig heeft. Het onderzoek laat vooral zien dat kinderen kunnen profiteren van een omgeving waarin zij binnen veilige grenzen zelf mogen kiezen, actief bezig zijn, fouten herstellen en geconcentreerd oefenen.
Bronnenlijst
Demangeon, A., Claudel-Valentin, S., Aubry, A. & Tazouti, Y. (2023). “A Meta-analysis of the Effects of Montessori Education on Five Fields of Development and Learning in Preschool and School-Age Children”. Contemporary Educational Psychology, 73, 102182.
Le Diagon, S., Van der Henst, J.-B. & Prado, J. (2025). “Early Montessori Education Shows Delayed Benefits for Mathematical Problem-Solving in a 5-Year Longitudinal Randomized Controlled Trial”. Scientific Reports, 15, 43961.
Lillard, A. S. & Else-Quest, N. (2006). “Evaluating Montessori Education”. Science, 313(5795), 1893–1894.
Lillard, A. S. et al. (2017). “Montessori Preschool Elevates and Equalizes Child Outcomes: A Longitudinal Study.” Frontiers in Psychology, 8, 1783.
Lillard, A. S. et al. (2025). “A National Randomized Controlled Trial of the Impact of Public Montessori Preschool at the End of Kindergarten.” Proceedings of the National Academy of Sciences, 122(43), e2506130122.
Randolph, J. J. et al. (2023). “Montessori Education’s Impact on Academic and Nonacademic Outcomes: A Systematic Review.” Campbell Systematic Reviews, 19(3), e1330.
Rathunde, K. & Csikszentmihalyi, M. (2005). “Middle School Students’ Motivation and Quality of Experience: A Comparison of Montessori and Traditional School Environments.” American Journal of Education, 111(3), 341–371.