Grootouders

Hoeveel grootouders passen op hun kleinkinderen? Dit zeggen de cijfers.

Jindl leertoren 2-in-1 zwart met oma

Een vaste dag bij opa en oma: voor veel kinderen is het een vertrouwd onderdeel van de week. Terwijl hun ouders werken, gaan zij een dagje naar hun grootouders. Daar gelden soms net iets andere regels, is er alle tijd om samen te spelen en staat er misschien iets lekkers klaar.

Grootouders spelen dan ook een belangrijke rol binnen veel gezinnen. Maar hoeveel opa’s en oma’s passen eigenlijk regelmatig op hun kleinkinderen? Hoe vaak doen zij dat en hoeveel uur zijn ze daar gemiddeld aan kwijt?

We zochten het voor je uit...

Hoeveel grootouders passen wekelijks op?

Een groot deel van de grootouders past regelmatig op de kleinkinderen. Volgens onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, het NIDI, past bijna de helft van de oudere werknemers met kleinkinderen jonger dan twaalf jaar minimaal één keer per week op.

We kunnen dus stellen dat ongeveer de helft van de opa’s en oma’s met jonge kleinkinderen wekelijks een rol speelt in de opvang.

Het precieze percentage verschilt natuurlijk per gezin. Niet iedere grootouder woont in de buurt, is fysiek in staat om op te passen of heeft voldoende tijd. Veel opa’s en oma’s werken bovendien nog wanneer hun eerste kleinkind wordt geboren.

Toch is de bekende opa- en omadag zeker geen uitzondering. Voor veel gezinnen is het inmiddels een vast onderdeel van de wekelijkse planning.

Hoe vaak passen opa en oma gemiddeld op?

Wanneer ouders gebruikmaken van een onbetaalde oppas, gebeurt dat meestal één of twee dagen per week.

Uit cijfers van het CBS over 2023 blijkt dat 53 procent van de huishoudens met een onbetaalde oppas hier één dag per week gebruik van maakte. Bij 33 procent ging het om twee dagen per week. Opvang door een onbetaalde oppas gedurende drie dagen of meer kwam aanzienlijk minder vaak voor.

Onder een onbetaalde oppas verstaat het CBS niet alleen opa’s en oma’s. Ook andere familieleden, vrienden en bekenden vallen hieronder. Grootouders vormen in de praktijk wel een belangrijke groep binnen deze informele opvang.

Eén vaste oppasdag per week lijkt daarmee het meest gebruikelijk. Dat is voor veel gezinnen goed te combineren met een aantal dagen kinderopvang, een dag waarop een ouder vrij is of een dag waarop ouders hun werktijden anders verdelen.

Een week kan er bijvoorbeeld zo uitzien:

  • één dag naar opa en oma;
  • twee dagen naar het kinderdagverblijf;
  • één dag thuis met een van de ouders;
  • één dag waarop ouders hun werktijden combineren.

Grootouders vervangen de formele kinderopvang dus meestal niet volledig. Ze vormen vaak één onderdeel van de totale opvangpuzzel.

Hoeveel uur passen grootouders op?

Hoeveel uur opa en oma precies oppassen, verschilt sterk. De ene grootouder haalt een kleinkind alleen uit school, terwijl de andere een volledige werkdag voor zijn of haar rekening neemt.

Cijfers van het CBS over het gebruik van een onbetaalde oppas laten zien dat het meestal om maximaal elf uur per week gaat. In 2021 maakten 318.000 huishoudens tussen de één en elf uur per week gebruik van een onbetaalde oppas. Een kleinere groep gebruikte twaalf tot negentien uur informele opvang. Twintig uur of meer per week kwam veel minder vaak voor.

Ook deze cijfers gaan niet uitsluitend over grootouders, maar geven wel een goede indruk van de omvang van informele opvang.

In de praktijk betekent dit meestal een dagdeel of één volledige dag per week. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een vaste dag van de ochtend tot het einde van de middag;
  • een middag na schooltijd;
  • enkele uren tussen school en het moment waarop de ouders klaar zijn met werken;
  • incidenteel een extra dag tijdens studiedagen of schoolvakanties.

Bij jonge kinderen gaat het vaker om een volledige opvangdag. Zodra kinderen naar school gaan, verandert de rol van opa en oma regelmatig in een combinatie van ophalen, samen eten en een middag spelen.

Waarom passen opa’s en oma’s op?

De praktische hulp die grootouders bieden is voor veel ouders ontzettend waardevol. Toch passen de meeste opa’s en oma’s niet alleen op omdat het nodig is. Ze doen het vooral omdat ze graag tijd met hun kleinkinderen doorbrengen.

Uit onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel bleek dat 60 procent van de ondervraagde grootouders plezier als belangrijkste reden noemde om op te passen. Ouders vinden het daarnaast belangrijk dat hun kinderen een goede band met opa en oma opbouwen. Ook de kosten spelen mee: opvang door grootouders is meestal goedkoper dan een extra dag formele kinderopvang.

Een vaste oppasdag biedt bovendien iets wat tijdens een kort bezoek niet altijd lukt: tijd.

Er hoeft niet voortdurend iets bijzonders te gebeuren. Samen boodschappen doen, een boekje lezen, in de tuin werken of een rondje wandelen kan voor een kind al een belevenis zijn. Juist door die gewone momenten ontstaat vaak een hechte band.

Voor grootouders is het tegelijkertijd een manier om actief betrokken te blijven bij het leven en de ontwikkeling van hun kleinkinderen. Ze zien van dichtbij hoe een kind leert praten, lopen, spelen en steeds zelfstandiger wordt.

Pasten opa’s en oma’s vroeger ook zoveel op?

Grootouders helpen natuurlijk al veel langer mee bij de zorg voor hun kleinkinderen. Toch is hun rol in de afgelopen decennia veranderd.

Vroeger waren gezinnen gemiddeld groter en woonden verschillende generaties geregeld dichter bij elkaar. Familieleden hielpen elkaar bij de verzorging van kinderen, het huishouden en andere dagelijkse werkzaamheden. Die hulp was vaak vanzelfsprekend, maar niet altijd georganiseerd in de vorm van één vaste opvangdag.

Tegelijkertijd werkten moeders vroeger aanzienlijk minder vaak buitenshuis. De zorg voor jonge kinderen lag daardoor meestal bij de moeder zelf. Grootouders hielpen wel, maar hun hulp was minder vaak nodig om iedere week een volledige werkdag op te vangen.

Dat is veranderd. Tegenwoordig combineren veel gezinnen betaald werk met de zorg voor kinderen. Daardoor moet er voor meerdere dagen per week opvang worden geregeld. Ouders gebruiken daarbij meestal verschillende oplossingen naast elkaar.

Uit CBS-onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de combinatie van opvang door de partner, een onbetaalde oppas en formele kinderopvang een veelgebruikte vorm van kinderopvang is.

De rol van opa en oma is daarmee in veel gezinnen verschoven van af en toe bijspringen naar een vaste plek in de weekplanning.

Van incidenteel oppassen naar een vaste opa- en omadag

De vaste opa- en omadag past goed bij de manier waarop veel Nederlandse gezinnen werk en zorg organiseren.

Ouders werken vaak allebei, maar niet altijd vijf volledige dagen. Zij combineren parttime werken, thuiswerken, ouderschapsverlof, formele kinderopvang en hulp van familie. Grootouders vangen dan bijvoorbeeld de woensdag of vrijdag op.

Voor kinderen wordt zo’n dag al snel heel herkenbaar. Ze weten precies waar hun speelgoed staat, welk boekje opa altijd voorleest en welke activiteiten ze samen met oma doen.

Daardoor is het huis van opa en oma niet alleen een opvangplek. Het wordt een tweede vertrouwde omgeving waar een kind zich thuis kan voelen.

Ook grootouders richten hun huis daar steeds vaker een beetje op in. Er staat misschien een kinderstoel, een mand met speelgoed of een klein tafeltje waaraan geknutseld kan worden. Soms blijven er standaard wat kleding, verzorgingsproducten of slaapspullen liggen. Daarnaast zien we dat steeds meer grootouders een leertoren aanschaffen voor hun kinderen. Lekker samen bakken is voor veel opa's en oma's een favoriete bezigheid. 

Daarvoor hoeft een woning overigens niet volledig te veranderen in een tweede kinderkamer. Met een vaste speelhoek en een paar zorgvuldig gekozen spullen kun je al een fijne en herkenbare plek creëren.

Grootouders werken zelf ook steeds langer door

De moderne opa of oma is niet automatisch met pensioen. Omdat mensen op latere leeftijd kinderen krijgen, zijn veel grootouders nog aan het werk wanneer hun eerste kleinkind wordt geboren.

Toch blijkt betaald werk het oppassen niet altijd in de weg te zitten. Het NIDI onderzocht wat er gebeurde wanneer grootouders rond hun pensioenleeftijd wel of niet bleven werken.

Bij mensen die volledig met pensioen gingen, steeg het aandeel dat wekelijks oppaste van 48 naar 56 procent. Opvallend genoeg steeg het ook bij mensen die na hun pensionering bleven doorwerken: van 50 naar 60 procent.

Meer vrije tijd kan het natuurlijk gemakkelijker maken om op te passen, maar is dus niet de enige bepalende factor. Grootouders die graag betrokken willen zijn, proberen daar vaak bewust ruimte voor te maken.

Oppassen is leuk, maar kan ook intensief zijn

Een dag met een jong kind kan behoorlijk intensief zijn. Er moet worden gegeten, gespeeld, verschoond en soms geslapen. Zodra kinderen kunnen lopen, klimmen en ontdekken, vragen ze bovendien voortdurend aandacht.

Niet iedere grootouder vindt het gemakkelijk om aan te geven dat het soms te veel wordt.

Uit onderzoek van EenVandaag bleek dat 17 procent van de ondervraagde grootouders het oppassen soms zwaar vond. Een kwart zag er weleens tegenop en één op de vijf voelde zich soms verplicht om op te passen. Een deel van de grootouders was bang om de eigen kinderen teleur te stellen wanneer zij een keer niet konden.

Dat betekent niet dat zij geen plezier beleven aan het contact met hun kleinkinderen. Het laat vooral zien dat duidelijke afspraken belangrijk zijn.

Bespreek bijvoorbeeld:

  • hoe vaak opa en oma willen en kunnen oppassen;
  • of het om een vaste dag of incidentele hulp gaat;
  • wie het kind brengt en ophaalt;
  • welke regels belangrijk zijn;
  • wat opa en oma nodig hebben om prettig op te kunnen passen;
  • of er ruimte is om af en toe een dag over te slaan.

Oppassen moet voor iedereen leuk en haalbaar blijven.

Wat hebben opa en oma nodig om op te passen?

Bij incidenteel oppassen kun je de meeste spullen gewoon meenemen. Wanneer een kind iedere week bij opa en oma is, wordt het al snel handig om een aantal dingen standaard in huis te hebben.

Denk aan een veilige plek om te eten, een paar favoriete speeltjes en een eigen plek om rustig te spelen. Voor een jong kind kan ook een geschikt bedje of een veilige slaapplek belangrijk zijn.

De precieze inrichting hangt af van de leeftijd van het kleinkind en van de beschikbare ruimte. Een complete speelkamer is meestal niet nodig. Een lage kast, een mand met speelgoed of een klein tafeltje kan al voldoende zijn om een herkenbare speelhoek te maken.

Het belangrijkste is dat de spullen veilig, praktisch en gemakkelijk op te bergen zijn. Zo blijft het huis ook gewoon het huis van opa en oma wanneer de kleinkinderen er niet zijn.

Waardevolle tijd voor opa, oma en kleinkind

Ongeveer de helft van de grootouders met jonge kleinkinderen past wekelijks op. Meestal gaat het om één dag per week of een aantal uren op een vaste middag.

Voor ouders is die hulp vaak onmisbaar om werk en gezin te kunnen combineren. Voor kinderen is het een vertrouwde dag waarop alles nét even anders gaat dan thuis. En voor opa’s en oma’s is het een mooie manier om de ontwikkeling van hun kleinkind van dichtbij mee te maken.

De rol van grootouders is in de loop van de tijd veranderd. Waar zij vroeger vaker incidenteel bijsprongen, zijn zij tegenwoordig in veel gezinnen een vast onderdeel van de kinderopvang.

Maar uiteindelijk gaat het om veel meer dan opvang alleen. Het zijn de vaste rituelen, gesprekken, spelletjes en kleine avonturen die kinderen later bijblijven. Een dag bij opa en oma is daarmee niet alleen praktisch, maar vooral heel waardevol.

Dit zijn de bronnen die we onder andere gebruikt hebben voor dit artikel: 

EenVandaag opiniepanel

Nidi.nl

CBS